Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2019

Onder 3.22 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1267.

Met betrekking tot rov. 21 kom ik echter tot een andere conclusie. Daartoe kom ik op grond van het volgende. In rov. 12-20 heeft het hof de eerste twee grieven van [eisers] beoordeeld, en in het kader daarvan de – voor een geslaagd beroep op verkrijgende verjaring essentiële – stelling van [verweerder] dat de achtermuur van de schuur op de plaats staat waar vroeger de schutting heeft gestaan, en de betwisting hiervan door [eisers] De in rov. 21 opgenomen eindconclusie daarvan luidt dat het hof van oordeel is dat, nu de stellingen van [verweerder] door hem voldoende zijn onderbouwd en door [eisers] onvoldoende (gemotiveerd) zijn betwist, vast staat dat de achtermuur van de schuur staat op de plaats waar vóór 2001 de schutting heeft gestaan, en de grieven 1 en 2 van [eisers] falen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be7f34854c1861350d1774e5eae2f5dc158ee90c1164d6972e669ab98b27eae4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be7f34854c1861350d1774e5eae2f5dc158ee90c1164d6972e669ab98b27eae4, en de alinea staat in dat document op bytes 112054 tot 112864.