Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2019

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1267.

(ii) Zittingen die dienen om bewijs te vergaren zoals (voorlopig) getuigenverhoor of (voorlopige) plaatsopneming in meervoudig te beslissen zaken vallen niet onder het regiem van de arresten HR 2014, HR 2016 en HR 2017. Zij kunnen plaatsvinden ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheercommissaris zonder dat behoeft te zijn voldaan aan de inbreukregels voor informatieverstrekking en het geven van gelegenheid tot verzoek om een nadere mondelinge behandeling. Voor die bewijsverrichtingen bepaalt art. 155 Rv dat de rechter ten overstaan van wie in een zaak bewijs is bijgebracht, zoveel als mogelijk meewerkt aan het wijzen van de einduitspraak. Een sanctie op schending van die verplichting wordt in de wet niet gegeven (zie mijn annotatie onder Hof ’s-Hertogenbosch 3 november 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:4426, «JBPr» 2016/26 (m.nt. G. van Rijssen)).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be7f34854c1861350d1774e5eae2f5dc158ee90c1164d6972e669ab98b27eae4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be7f34854c1861350d1774e5eae2f5dc158ee90c1164d6972e669ab98b27eae4, en de alinea staat in dat document op bytes 54798 tot 55681.