Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2019
Onder 2.3.2 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1321.
Bij verzoeken om informatie van de belastingdienst speelt het evenredigheidsbeginsel van art. 3:4, tweede lid, Awb een belangrijke rol (…). Op grond van deze bepaling mogen de nadelige gevolgen voor de belastingplichtige van een verzoek om informatie niet onevenredig zijn ten opzichte van het belang dat de inspecteur met dat verzoek nastreeft. Het doel van het verzoek zal steeds zijn om tot een juiste vaststelling van de verschuldigde belasting te komen. Dat is een zwaarwegend maatschappelijk belang. De medewerking die van de belastingplichtige verlangd wordt zal voor hem per definitie tijdsbeslag, moeite vaak ook ongemak en kosten, en soms ook andere nadelen met zich meebrengen. Op zichzelf is dat niet voldoende om strijd met beginselen van behoorlijk bestuur aan te nemen. Het gaat om een afweging van belangen. Volgens de regering mag de inspecteur de belastingplichtige niet uitsluitend met het oog op het eigen gemak van de fiscus op hoge kosten jagen. (voetnoot origineel: Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, blz. 141). Een inbreuk op het evenredigheidsbeginsel zou zich dan ook voor kunnen doen wanneer de inspecteur een hoeveelheid werk van de belastingplichtige verlangt die niet in een redelijke verhouding staat tot de extra belastingopbrengst die het onderzoek de schatkist zou kunnen opleveren. Hetzelfde geldt wanneer veel inspanningen worden verlangd van de belastingplichtige, terwijl de kans zeer gering is dat daaruit fiscaal relevante informatie naar voren komt. (voetnoot origineel: o.a. BNB 1986/128). Ook het beginsel van subsidiariteit kan een rol spelen: had de fiscus dezelfde gegevens ook kunnen krijgen via een andere methode die voor de betrokkene veel minder bezwaarlijk zou zijn? Dit sluit ook aan bij het - in belastingzaken niet toepasselijke - art.5:13 Awb, op grond waarvan een toezichthouder van zijn bevoegdheden slechts gebruik mag maken voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak noodzakelijk is. Dat brengt met zich mee dat een toezichthouder zijn bevoegdheden moet uitoefenen op de wijze die voor de burger het minst bezwarend is. (voetnoot origineel: Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, blz. 141). (…).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91534d094daddea432a38c9da823cb9ed96f0bbca1629d15dfcef6125fc22969. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91534d094daddea432a38c9da823cb9ed96f0bbca1629d15dfcef6125fc22969, en de alinea staat in dat document op bytes 66280 tot 68478.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91534d094daddea432a38c9da823cb9ed96f0bbca1629d15dfcef6125fc22969 | shasum -a 256