Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2019

Onder 4.8 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1321.

Vooropstaat dat de fiscus op een zinvolle en efficiënte wijze zijn controlerend werk moet kunnen doen. Daartoe zijn de wettelijke bevoegdheden toegekend en die moet de fiscus – in beginsel naar eigen inzicht – kunnen uitoefenen. Hetgeen evenwel van de (vermoedelijk) belastingplichtige wordt gevraagd moet in redelijke verhouding staan tot het fiscale belang bij het te verrichten onderzoek (evenredigheids- of proportionaliteitsbeginsel). Wanneer bijvoorbeeld het verzamelen van de gevraagde gegevens onevenredig veel kosten meebrengt voor de (vermoedelijk) belastingplichtige, terwijl het te onderzoeken fiscaal belang gering is, kan het verzoek buitenproportioneel zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91534d094daddea432a38c9da823cb9ed96f0bbca1629d15dfcef6125fc22969. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91534d094daddea432a38c9da823cb9ed96f0bbca1629d15dfcef6125fc22969, en de alinea staat in dat document op bytes 73684 tot 74375.