Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2019

Onder 4.8 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1321.

'In een dergelijke aanpak zou tevens hebben gepast dat de Belastingdienst alvorens uitgebreide informatie te vragen over verzoekers inkomen en vermogen in de betrokken jaren, eerst uitvoerig gemotiveerd zou hebben bekend gemaakt op welke feiten en omstandigheden zijn stelling dat verzoeker moest worden aangemerkt als binnenlands belastingplichtige was gebaseerd en verzoeker de gelegenheid zou hebben gegeven deze argumenten gemotiveerd te bestrijden. In dit verband verdient opmerking dat, anders dan waar de Belastingdienst tegenover verzoeker van is uitgegaan, de bewijslast inzake de binnenlandse belastingplicht van verzoeker, in eerste instantie rustte op de Belastingdienst en niet op verzoeker. Het was immers de Belastingdienst die stelde dat verzoeker over de jaren 1992 tot en met 2000 als binnenlands belastingplichtige moest worden aangemerkt zodat het ook aan de Belastingdienst was om daarvoor argumenten en bewijsmiddelen aan te dragen.' Deze toevoeging lijkt erop te duiden dat de ombudsman ervan uitgaat dat de informatieplicht pas aan de orde is nadat de Belastingdienst het bewijs levert dat sprake is van (in dit geval) binnenlandse belastingplicht. Dit gaat – gezien de overwegingen dat van de informatiebevoegdheid gebruik kan worden gemaakt indien de gevraagde informatie van belang kan zijn voor de belastingheffing – te ver. De Belastingdienst dient aanwijzingen te hebben voor het vermoeden van belastingplicht. Het aannemelijk kunnen maken van dat vermoeden is dan ook voldoende rechtvaardiging voor het mogen toepassen van de informatieverplichtingen. In dat geval kan de informatie immers van belang zijn voor de belastingheffing. De informatieplicht is vervolgens juist een belangrijk hulpmiddel voor de fiscus om het bewijs te leveren dat iemand binnen- of buitenlands belastingplichtig is. Zie in dit verband ook HR 8 januari 1986, nr. 23.034, BNB 1986/128) en Hof Amsterdam 11 september 2002, nr. 00/01970, NTFR 2002/1786, V-N 2002/10.2.2 waarin werd beslist dat de fiscus voor toepassing van de informatieverplichtingen geen bewijs omtrent de belastingplicht behoefde te leveren (…).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91534d094daddea432a38c9da823cb9ed96f0bbca1629d15dfcef6125fc22969. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91534d094daddea432a38c9da823cb9ed96f0bbca1629d15dfcef6125fc22969, en de alinea staat in dat document op bytes 77219 tot 79358.