Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2019

Onder 1.8 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1328.

Bij eindvonnis van 4 februari 2015 is de rechtbank tot de uitleg gekomen dat [eisers] zich bij akte van 2 december 2011 jegens [verweerster] borg hebben gesteld en niet hoofdelijk aansprakelijk, zodat zij zich kunnen beroepen op de verweermiddelen van [E] tegen de koopovereenkomst (rov. 3.14). Zij is tot het oordeel gekomen dat – naar ook [eisers] kenbaar was – [verweerster] bij het sluiten van de koopovereenkomst niet als makelaar is opgetreden en daarom geen verplichtingen uit het reglement van plichtenleer heeft geschonden, terwijl op haar als verkoper niet de verplichting rustte om haar aankoopprijs te noemen (rov. 3.15-3.19). De rechtbank verwerpt het beroep op bedrog of dwaling vanwege mededelingen met betrekking tot huurder [D] op de grond dat [eisers] de onjuistheid van die mededelingen hadden moeten doorzien (rov. 3.20-3.25). Daarmee verwerpt zij ook het beroep op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid en op onrechtmatige daad (rov. 3.26).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deddf9ced8cf9c5f7551f083b4a98f66ecd657fcc12cc2234fdb0494b7c3322c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deddf9ced8cf9c5f7551f083b4a98f66ecd657fcc12cc2234fdb0494b7c3322c, en de alinea staat in dat document op bytes 34067 tot 35131.