Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2019

Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1328.

In de dwalingsregeling van art. 6:228 lid 1 BW – de drie genoemde gevallen a-c met bijbehorende kenbaarheidscorrectie – keert in feite in andere gedaante het vereiste terug dat onder oud recht werd aangeduid als het vereiste dat de dwaling de ‘zelfstandigheid der zaak’ moest betreffen: de dwaling betreft eigenschappen of omstandigheden die voor de dwalende partij essentieel waren voor het (op deze wijze) aangaan van de overeenkomst en de wederpartij wist of behoorde te weten dat deze voor de dwalende essentieel waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deddf9ced8cf9c5f7551f083b4a98f66ecd657fcc12cc2234fdb0494b7c3322c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deddf9ced8cf9c5f7551f083b4a98f66ecd657fcc12cc2234fdb0494b7c3322c, en de alinea staat in dat document op bytes 62502 tot 63180.