Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2019

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1345.

Dit een en ander kleurt de hier door de rechter te verrichten belangenafweging, ook opdat art. 2:342 BW geen afbreuk doet aan de adequate werking van een gevestigd pandrecht op aandeel, de legitieme rol die (de mogelijkheid van) uitoefening van stemrecht op het verpande aandeel (of met die stemgerechtigdheid gepaard gaande rechten) daarbij kan spelen, en het gerechtvaardigd belang daarbij van de pandhouder als daar bedoeld. Een afbreuk waarbij, vanuit een algemener perspectief bezien, het belang van het handelsverkeer (een maatschappelijk belang) evenmin gebaat zou zijn. Daarmee heeft in een concreet geval een stemgerechtigde pandhouder vanzelfsprekend geen vrijbrief om het betreffende belang van de vennootschap bijvoorbeeld ‘onevenredig’ te schaden, maar óf daarvan in een concreet geval sprake is, evenals de vervolgbeoordeling daarvan (zo daarvan sprake is) in het kader van art. 2:342 lid 1 BW en de daarbij te verrichten belangenafweging, kan niet los gezien worden van het voorgaande.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c59e587699368c91f509b97c7b1b3b670eaa8f987a65019da4ac40cf596f8d25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c59e587699368c91f509b97c7b1b3b670eaa8f987a65019da4ac40cf596f8d25, en de alinea staat in dat document op bytes 104883 tot 105965.