Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 november 2019

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 19 november 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1346.

[betrokkene 1] verklaart onder meer dat hij op 22 juli 2012 met [benadeelde partij] en [betrokkene 2] in zijn Mercedes naar Deventer is gegaan. Hij zag daar drie jongens op scooters aan komen rijden en hij herkende een van hen als [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte). Nadat hij met deze [verdachte] heeft gesproken is [benadeelde partij] uit de auto gestapt. Kort daarna wordt [betrokkene 1] neergeslagen en terwijl hij nog op de grond ligt, ziet hij dat [verdachte] , [benadeelde partij] zijwaarts tegen het been schopt, ter hoogte van zijn knie. Hij hoort hierop [benadeelde partij] direct hard schreeuwen van de pijn en [benadeelde partij] gaat op de grond liggen. Tevens ziet [betrokkene 1] dat het been van [benadeelde partij] raar stond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14b3bfbda1a74fd5b21f8c2100a73f4ec470e3338f11a0f2b03cc2d0b64ef291. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14b3bfbda1a74fd5b21f8c2100a73f4ec470e3338f11a0f2b03cc2d0b64ef291, en de alinea staat in dat document op bytes 16131 tot 16901.