Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019
Onder 3.14. Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:154.
De derde onder 3.11 aangeduide klacht voldoet niet aan de eisen die aan een behoorlijke cassatieklacht behoren te worden gesteld, want mist de vereiste precisie. De steller van het middel gaat er kennelijk van uit dat het op de weg van uw Raad ligt om zeven pagina’s met citaten zelfstandig naast rechtsoverweging 5.5 van het arrest van het hof te leggen, en al even zelfstandig te onderzoeken (a) welke stellingen onbesproken zijn gebleven dan wel (b) welke stellingen door het hof weliswaar zijn besproken, maar met een motivering die niet voldoet (en waarom). In het eerste geval zou uw Raad bovendien al evenzeer zelfstandig moeten onderzoeken in hoeverre het essentiële stellingen betreft (en waarom). Mijns inziens miskent de steller van het middel aldus de rolverdeling in cassatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2918e4308a31aecebf12dcff4c1bfe2ffa48f65e84117b8e0081df6668efd6c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2918e4308a31aecebf12dcff4c1bfe2ffa48f65e84117b8e0081df6668efd6c5, en de alinea staat in dat document op bytes 28634 tot 29439.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2918e4308a31aecebf12dcff4c1bfe2ffa48f65e84117b8e0081df6668efd6c5 | shasum -a 256