Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019
Onder 3.17. Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:154.
Onder 3.11 en 3.12 van de procesinleiding in cassatie richt het onderdeel zich specifiek tegen de overweging van het hof dat [eiseres] niet concreet is ingegaan op de stelling van [verweerster] dat de bindend adviseur op 5 december 2014 desgevraagd de woorden ‘zo nodig’ onder punt 1 van de exoneratie toen uitlegde als ‘eventueel’. Volgens de klacht heeft [eiseres] gemotiveerd uiteengezet dat de gang van zaken op 5 december 2014 moet worden geplaatst tegen de achtergrond van hetgeen daaraan voorafgaand en nadien heeft plaatsgevonden, zo nodig in onderling verband en samenhang bezien. Daarbij verwijst de steller van het middel opnieuw naar dezelfde zes pagina's van citaten in de procesinleiding onder 3.8. Aldus wordt ook deze klacht haar al te grote onbestemdheid fataal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2918e4308a31aecebf12dcff4c1bfe2ffa48f65e84117b8e0081df6668efd6c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2918e4308a31aecebf12dcff4c1bfe2ffa48f65e84117b8e0081df6668efd6c5, en de alinea staat in dat document op bytes 31954 tot 32755.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2918e4308a31aecebf12dcff4c1bfe2ffa48f65e84117b8e0081df6668efd6c5 | shasum -a 256