Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Onder 3.23. Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:154.

Mijns inziens brengt geen van deze stellingen mee dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is. Daarbij is het uiteraard belangrijk om voor ogen te houden dat het in de onderhavige zaak niet gaat om de vraag wat [A] en [B] zijn overeengekomen, maar om de vraag of in de marge van de tussen die vennootschappen gemaakte afspraken andere vennootschappen, die bij dezelfde projecten betrokken waren, (ook) bindend advies zijn overeengekomen. Daarbij is niet de vraag of een andere uitleg mogelijk is van hetgeen is overeengekomen, en van wat in dat verband ‘ondubbelzinnig’ is, dan die het hof heeft gegeven. De uitleg van overeenkomsten behoort immers tot het domein van de rechter die over de feiten oordeelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2918e4308a31aecebf12dcff4c1bfe2ffa48f65e84117b8e0081df6668efd6c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2918e4308a31aecebf12dcff4c1bfe2ffa48f65e84117b8e0081df6668efd6c5, en de alinea staat in dat document op bytes 35550 tot 36339.