Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:170.
De vraag wat in het kader van een vordering uit hoofde van art.1019a Rv als een ‘voldoende’ mate van aannemelijkheid kan worden beschouwd, kan niet in algemene zin worden beantwoord. Daarbij komt het immers aan op een waardering van de stellingen en verweren van partijen en de overtuigingskracht van het eventueel reeds overgelegde bewijsmateriaal. Wel is uitgangspunt dat niet behoeft te zijn voldaan aan de mate van aannemelijkheid die is vereist voor toewijzing in kort geding van een op een (dreigende) inbreuk gebaseerde vordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401, en de alinea staat in dat document op bytes 51528 tot 52082.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401 | shasum -a 256