Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:170.

In het concept wetsvoorstel staat voorop dat een partij zonder tussenkomst van de rechter een beroep kan doen op het recht op inzage zowel tegenover de wederpartij bij een rechtsbetrekking als tegenover een derde (art. 149b). Wordt aan het verzoek om informatie geen gehoor gegeven, dan kan een partij het recht op inzage bij de rechter afdwingen, hetzij via een verzoek om een voorlopige bewijsverrichting (art. 196 in verbinding met art. 204), hetzij in een lopende procedure (art. 194 en 195) .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401, en de alinea staat in dat document op bytes 59063 tot 59637.