Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 2.28 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:170.
De grieven 3 en 4, waarin Brachium is opgekomen tegen afgifte van alle bankrekeningafschriften vanaf 22 mei 2015 tot en met heden, zijn in de hiervoor onder 2.1 geciteerde rov. 5.11 en 5.12 aan de orde gekomen. Het hof heeft in rov. 5.12 allereerst overwogen dat uit de door Brachium overgelegde bankafschriften blijkt, kort gezegd, dat de door Brachium in verband met de aandelenoverdrachten ontvangen bedragen inderdaad in mindering zijn gekomen op de schuld van Brachium aan de bank, en dat Brachiums kredietruimte daarmee navenant is vergroot. Na de kernoverweging van rov. 5.10 over onrechtmatig selectieve betaling van (concurrente) schuldeisers te hebben herhaald, komt het hof dan tot de slotsom dat de Provincie rechtmatig belang heeft bij verstrekking van de bankafschriften vanaf de data van betaling van de koopsommen tot heden, om te kunnen vaststellen wat er uiteindelijk met de gelden is gebeurd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401, en de alinea staat in dat document op bytes 71804 tot 72792.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401 | shasum -a 256