Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 2.29 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:170.
Uit rov. 5.10 en m.n. rov. 5.12 blijkt m.i. onmiskenbaar dat het hof zijn oordeel met betrekking tot de onder (i) en (m) gevorderde verstrekking van alle bankrekeningafschriften over de periode vanaf 22 mei 2015 uitsluitend op een rechtsbetrekking uit onrechtmatige daad wegens selectieve betaling van (concurrente) schuldeisers heeft gebaseerd. Daaraan doet niet af dat het hof in rov. 5.7 de twee door de Provincie ingeroepen gronden voor het aannemen van een rechtsbetrekking in de zin van art. 843a Rv (benadeling door de verkoop van de aandelen en de wijze waarop Brachium de verkoopopbrengst heeft aangewend) heeft beoordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401, en de alinea staat in dat document op bytes 72893 tot 73538.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401 | shasum -a 256