Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 2.33 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:170.
Het hof heeft vervolgens zijn oordeel dat voldoende grond bestaat om een rechtsbetrekking in de zin van art. 843a Rv aan te nemen gegrond op de in rov. 5.7 genoemde omstandigheden met betrekking tot de (timing van de) aandelentransacties en de (timing van de) verkoop en overdracht van inventaris en vervoermiddelen door Brachium aan [A] B.V. , een andere vennootschap binnen haar concern, alsmede op het gegeven dat executiemaatregelen van de Provincie geen doel hebben getroffen. Daarnaast heeft het hof in de rov. 5.8 en 5.9 de door Brachium aangevoerde verpanding van haar activa aan de bank en de betwisting van de door de Provincie gestelde vervreemding van de aandelen tegen een te lage prijs in zijn beoordeling betrokken. Ook deze omstandigheden komen terug in de beoordeling van de vraag of het vermoeden is gerechtvaardigd dat de Provincie is benadeeld door de wijze waarop de verkoopopbrengst van de aandelen door Brachium is aangewend of, specifieker, dat Brachium onrechtmatig selectief schuldeisers heeft betaald (zie rov. 5.10 en 5.11).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401, en de alinea staat in dat document op bytes 76637 tot 77703.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401 | shasum -a 256