Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 2.40 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:170.
De Provincie heeft in eerste aanleg gevorderd (zie hiervoor onder 1.39 onder (i) en (m)) dat Brachium wordt veroordeeld om onderbouwd met schriftelijke stukken, waaronder in ieder geval alle bankrekeningafschriften over de periode van 22 mei 2015 tot het moment waarop aan deze veroordeling wordt voldaan, aan te tonen dat en globaal hoe de door Brachium in verband met de verkoop en levering van de onder (h) en (j) bedoelde aandelen ontvangen koopprijs ten behoeve van de lopende exploitatie is aangewend, en wel zodanig dat daarmee is uitgesloten dat dit bedrag op enigerlei wijze binnen of buiten de onderneming van Brachium beschikbaar is. Deze vorderingen zijn - in die bewoordingen - toegewezen door de voorzieningenrechter in zijn vonnis van 2 december 2016. Het hof heeft dit vonnis onder 7 bekrachtigd zonder nadere nuancering van het dictum van het vonnis waarvan beroep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401, en de alinea staat in dat document op bytes 84699 tot 85595.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401 | shasum -a 256