Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 2.41 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:170.

Uit de vooropstelling dat op de voet van art. 843a Rv slechts inzage etc. kan worden verkregen van bepaalde bescheiden, volgt m.i. dat Brachium klaagt dat de veroordelingen onder (i) en (m) te ruim zijn geformuleerd, maar of dat slaat op het toegewezen gedeelte “schriftelijke stukken, waaronder in ieder geval…” of op “in ieder geval alle bankrekeningafschriften over de periode van 22 mei 2015 tot het moment waarop aan deze veroordeling wordt voldaan”, blijft enigszins in het midden. Brachium heeft in de schriftelijke toelichting opgemerkt dat hoewel de gevraagde bescheiden niet individueel behoeven te worden omschreven, wel duidelijk moet zijn waarop aanspraak wordt gemaakt en dat de informatie moet zijn afgebakend .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401, en de alinea staat in dat document op bytes 85695 tot 86509.