Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 2.46 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:170.
M.i. blijkt uit het voorgaande dat het betoog van Brachium over de veroordelingen onder (i) en (m) in de appeldagvaarding was toegespitst op de verplichting alle bankrekeningafschriften over een bepaalde periode aan de Provincie te verstrekken en dat niet een tijdig naar voren gebrachte en voldoende kenbare grief was gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter, kort gezegd, dat aan de bepaaldheidseis is voldaan , voor zover de veroordelingen onder (i) en (m) verder strekken dan verstrekking van bankrekeningafschriften.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401, en de alinea staat in dat document op bytes 90652 tot 91263.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401 | shasum -a 256