Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 2.50 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:170.

Ik lees de eerste klacht inderdaad zo dat Brachium ook klaagt dat de veroordelingen onder (i) en (m) te ruim zijn geformuleerd omdat de gevorderde veroordelingen tot een bepaald doel strekken. M.i. vormt dit inderdaad een te ruime formulering. Het is niet aan Brachium om in het kader van een art. 843a-vordering iets aan te tonen, maar aan De Provincie om op basis van een in een vonnis verkregen recht op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde bescheiden, meer in het bijzonder in deze zaak op basis van de bankafschriften in de toegewezen periode, te concluderen hoe Brachium de koopprijs heeft aangewend, en eventueel op basis van die conclusie verder te procederen. Op basis van het voorgaande leidt de klacht echter niet tot cassatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401, en de alinea staat in dat document op bytes 93359 tot 94119.