Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 5.10 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:170.

Met grief 2 richt Brachium zich tegen de overweging van [de] voorzieningenrechter dat de genoemde omstandigheden grond bieden voor de mogelijkheid dat Brachium doende is geweest om bepaalde (concurrente) crediteuren boven anderen te voldoen. Brachium voert hierbij aan dat uit de door haar overgelegde stukken duidelijk blijkt dat de koopsom is verrekend en dat zij daarna nog steeds een schuld had aan de bank. Volgens haar kan geen bewijs voor enig onrechtmatig handelen opleveren hoe zij vervolgens gebruik heeft gemaakt van haar krediet bij deze bank. Daarin volgt het hof Brachium niet. Onder omstandigheden kan het feit dat Brachium (uit de als gevolg van de ontvangen betalingen groter geworden kredietruimte) bepaalde (concurrente) crediteuren heeft voldaan, maar de provincie niet, een onrechtmatige daad jegens de provincie opleveren. Daarbij weegt mee dat, gelet op hetgeen in rov. 5.8 is overwogen, moet worden aangenomen dat de aandelen in [C] B.V . en [E] B.V. niet waren verpand, zodat de provincie zich daarop had kunnen verhalen, waarvoor na de overdracht van de aandelen geen verhaalsobject voor haar in de plaats kwam. Grief 2 slaagt dus niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401, en de alinea staat in dat document op bytes 36967 tot 38142.