Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 5.12 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:170.

Uit het door Brachium overgelegde bankafschrift over de periode van 22 tot en met 25 mei 2015 blijkt dat Brachium op 22 mei 2015 € 500.000 aan dividend heeft ontvangen en € 780.000 en € 560.000 voor de aandelenoverdrachten. Verder blijkt daaruit dat het saldo op de rekening op 22 mei 2015 - € 1.868.318,74 en op 25 mei 2015 - €223.586,02 bedroeg. Voorts heeft Brachium een bankafschrift overgelegd over de periode van 15 tot en met 18 april 2016. Daaruit blijkt dat Brachium op 15 april 2016 een koopsom van € 114.671 heeft ontvangen; het saldo was op 15 april 2016 -€ 497.236,56 en op 18 april 2016 - € 381.458,65. Uit deze gegevens kan worden afgeleid dat de ontvangen bedragen inderdaad in mindering zijn gekomen op de schuld van Brachium aan de bank. Haar kredietruimte is daarmee echter navenant vergroot. Zoals hiervoor al is overwogen, kan ook het feit dat Brachium vervolgens bepaalde (concurrente) schuldeisers boven anderen heeft voldaan onder omstandigheden een onrechtmatige daad jegens de provincie opleveren. De provincie heeft dan ook rechtmatig belang bij verstrekking van de bankafschriften vanaf de data van betaling van de koopsommen tot heden, om te kunnen vaststellen wat er uiteindelijk met de gelden is gebeurd. Het gaat hierbij om bepaalde, concreet omschreven bescheiden. Van een ‘fishing expedition’ is, gelet op het voorgaande, ook geen sprake. De grieven 3 en 4 falen dus.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42d75e21645f2b26ae16f79af371c9d057611d128e4d7ab82407625d774d5401, en de alinea staat in dat document op bytes 39258 tot 40695.