Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019

Onder 3.5.1 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:178.

Op het voorgaande maakt art. 6:205 BW een uitzondering. Dit artikel bepaalt dat de ontvanger van een goed zonder ingebrekestelling in verzuim is, indien hij dat goed ‘te kwader trouw’ heeft aangenomen. Art. 6:274 BW kent een vergelijkbare bepaling over de ongedaanmakingsverbintenis na ontbinding van de overeenkomst op de voet van art. 6:265 BW voor het geval waarin een partij in weerwil van een dreigende ontbinding te kwader trouw een prestatie heeft ontvangen. In het Burgerlijk Wetboek wordt onderscheiden tussen ‘te goeder trouw’ zijn, ‘niet te goeder trouw’ zijn en ‘te kwader trouw‘ zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b042caa8988631b0c4287e02c875f2ac05fdfa33c711327762bc343d71d0fd1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b042caa8988631b0c4287e02c875f2ac05fdfa33c711327762bc343d71d0fd1a, en de alinea staat in dat document op bytes 16326 tot 17080.