Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019
Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:178.
De ontvanger die eerst na het tijdstip van ontvangst van de prestatie weet of vermoedt dat de prestatie onverschuldigd is, is niet te kwader trouw in de zin van art. 6:205 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b042caa8988631b0c4287e02c875f2ac05fdfa33c711327762bc343d71d0fd1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b042caa8988631b0c4287e02c875f2ac05fdfa33c711327762bc343d71d0fd1a, en de alinea staat in dat document op bytes 21393 tot 21645.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b042caa8988631b0c4287e02c875f2ac05fdfa33c711327762bc343d71d0fd1a | shasum -a 256