Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019

Onder 3.11.1 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:178.

In de rechtspraak over effectenleasezaken wordt over het algemeen geoordeeld dat voor toepassing van art. 6:205 BW onvoldoende is dat (de rechtsvoorgangster van) Dexia ervan op de hoogte was of kon zijn dat de effectenleaseovereenkomst vernietigbaar zou kunnen zijn wegens het ontbreken van toestemming van de echtgenoot of echtgenote. Eenzelfde gedachte spreekt naar mijn mening uit het arrest Mobiele telefoon II. Daarin overweegt de Hoge Raad dat indien de overeenkomst (voor het toestelgedeelte) niet tot stand is gekomen dan wel nietig is geoordeeld of is vernietigd, de consument op grond van art. 6:203 BW verplicht is het toestel terug te geven aan de aanbieder. Behoudens bijzondere omstandigheden die op het tegendeel wijzen, kan niet worden aangenomen dat de consument het toestel te kwader trouw heeft aangenomen in de zin van art. 6:205 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b042caa8988631b0c4287e02c875f2ac05fdfa33c711327762bc343d71d0fd1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b042caa8988631b0c4287e02c875f2ac05fdfa33c711327762bc343d71d0fd1a, en de alinea staat in dat document op bytes 26744 tot 27738.