Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019
Onder 3.16.2 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:178.
Dexia (repliek nr. 3) wijst in dit verband nog op de strekking van art. 1:88 BW; deze bepaling strekt ertoe om de echtelieden tegen elkaar te beschermen, niet ter bescherming tegen de wederpartij bij de transactie. Uit deze strekking kan naar mijn mening niet worden afgeleid dat er nimmer een gehoudenheid kan zijn om te informeren naar de echtelijke staat van contractspartij indien art. 1:88 BW gezien de aard van de overeenkomst van toepassing zou kunnen zijn (vgl. art. 1:89 lid 2 BW). Maar voor art. 6:205 BW speelt dit in het algemeen niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b042caa8988631b0c4287e02c875f2ac05fdfa33c711327762bc343d71d0fd1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b042caa8988631b0c4287e02c875f2ac05fdfa33c711327762bc343d71d0fd1a, en de alinea staat in dat document op bytes 36973 tot 37599.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b042caa8988631b0c4287e02c875f2ac05fdfa33c711327762bc343d71d0fd1a | shasum -a 256