Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2019
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:179.
Het is gebruikelijk verzekeringsovereenkomsten voor bepaalde tijd te sluiten, vaak met een (stilzwijgende) verlenging voor eenzelfde termijn, met de mogelijkheid dat tijdig kan worden aangegeven dat niet (verder) wordt verlengd . Voor bepaalde tijd gesloten overeenkomsten zijn in beginsel, wanneer tussentijdse opzegbaarheid niet is bedongen, niet tussentijds opzegbaar (gewijzigde omstandigheden daargelaten). Zo’n regeling van tussentijdse opzegging van voor bepaalde tijd gesloten verzekeringsovereenkomsten staat in art. 7:940 lid 3 BW . Daarin is bepaald dat indien de verzekeraar de bevoegdheid heeft bedongen de overeenkomst tussentijds op te zeggen, aan de verzekeringnemer een gelijke bevoegdheid toekomt. Verder bepaalt dit artikel dat de verzekeraar alleen tussentijds kan opzeggen op in de overeenkomst vermelde gronden welke van dien aard zijn dat gebondenheid aan de overeenkomst niet meer van de verzekeraar kan worden gevergd . Er moet dus een bedongen tussentijdse opzeggingsgrond zijn, die zodanig van aard is dat gebondenheid aan de overeenkomst niet meer gevergd kan worden van de verzekeraar. Wanneer van dat laatste sprake is, is door de wetgever niet geconcretiseerd . In de toelichtende stukken bij de invoeringswet wordt geen expliciet antwoord op de vraag gegeven welke betekenis aan de zinsnede “op in de overeenkomst genoemde gronden” moet worden toegekend. In de literatuur is dit vereiste als problematisch onderkend; het is ondoenlijk om in de polis een opsomming te geven van (al) deze gronden. Alles hangt af van de omstandigheden van het geval . Volgens Wansink, Van Tiggele en Salomons moet het zwaartepunt in de regeling dan ook liggen bij de toetsing aan het tweede criterium, dus “het niet kunnen vergen van gebondenheid aan de overeenkomst”, dat gebaseerd is op de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit . De verzekeraar zal zorgvuldig moeten afwegen of de omstandigheden voldoende ernstig zijn om opzegging te rechtvaardigen en moeten nagaan of in redelijkheid geen minder ingrijpende maatregel kan worden gevonden die recht doet aan de belangen van beide partijen . Als het schadeverloop tijdens de looptijd van de verzekering de verzekeraar aanleiding geeft om tegenover een verzekeringnemer te goeder trouw tussentijdse opzegging te overwegen, kan de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat hij de verzekerde eerst waarschuwt . Voor de verzekeringnemer is tussentijdse opzegging door de verzekeraar vaak een ernstige zaak – er treedt niet alleen dekkingsverlies op, maar tussentijdse opzegging is voor andere verzekeraars doorgaans een alarmsignaal om niet te accepteren .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc76a035f155190755117279c6decdebc8f3078569f5bae5b4ff63b7da803f66. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc76a035f155190755117279c6decdebc8f3078569f5bae5b4ff63b7da803f66, en de alinea staat in dat document op bytes 36400 tot 39624.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc76a035f155190755117279c6decdebc8f3078569f5bae5b4ff63b7da803f66 | shasum -a 256