Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2019
Onder 5.46 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:183.
Welk bedrag is gebruikelijk? Mijns inziens volgt uit HR BNB 1996/128 dat niet slechts het ‘gemiddelde bedrag’ gebruikelijk is. Het gemiddelde bedrag in het voorbeeld is € 137.500. De vraag is welk bedrag wel gebruikelijk is: mag het hoogste bedrag (€ 225.000) worden genomen? En mag daar dan weer 30% (te weten € 67.500) van worden afgeweken? Bovendien zou dat er weer toe kunnen leiden dat andere inhoudingsplichtigen van € 292.500 weer 30% van kunnen afwijken, etc., etc., etc. Ik merk op dat deze punten in de parlementaire behandeling niet aan de orde zijn geweest. Ik meen dat de gebruikelijkheidseis gezien zijn karakter – een beperking van de fiscale faciliteit de werkkostenregeling – en gezien de mededelingen van de bewindsman in de parlementaire geschiedenis dat de gebruikelijkheidseis slechts in extreme situaties en slechts bij uitzondering hanteerbaar is , beperkt moet worden uitgelegd. Zo bezien zou bijvoorbeeld als ‘gebruikelijk’ kunnen worden aangemerkt het bedrag waar 90% van de werkgevers die het loonbestanddeel aanwijzen, niet bovenuit gaat, zodat de toelaatbare omvang op 30% daarboven wordt bepaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac66f5a67335d55d90e1271fc60956ecdd9e556fac5f68ac7af52455f370724f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac66f5a67335d55d90e1271fc60956ecdd9e556fac5f68ac7af52455f370724f, en de alinea staat in dat document op bytes 187321 tot 188678.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ac66f5a67335d55d90e1271fc60956ecdd9e556fac5f68ac7af52455f370724f | shasum -a 256