Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:189.
In (eedere) rechtspraak in feitelijke instantie was het – niet, zoals in de rechtspraak van uw Raad, het afgescheiden vermogen, maar – de hoofdelijke verbondenheid in de zin van artikel 18 WvK die werd aangemerkt als de grondslag voor het bestaan van twee te onderscheiden vorderingsrechten van de vennootschapscrediteur, te weten een vorderingsrecht jegens (het vermogen van) de vennootschap en een vorderingsrecht jegens (het vermogen van) de vennoten in privé.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac, en de alinea staat in dat document op bytes 38061 tot 38607.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac | shasum -a 256