Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Onder 2.31 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:189.
Meijers contsteert eveneens dat – ook al wordt de uitdrukkelijke kwalificatie ‘rechtspersoon’ overwegend aan de vof onthouden – uit wet, jurisprudentie en doctrine tal van elementen naar voren zijn gekomen die aan de vof een zekere mate van zelfstandigheid en eigen identiteit verlenen. Een en ander betekent volgens hem overigens niet dat het firmaverband los kan worden gezien van de personen der vennoten. De deelgenoten zijn immers steeds hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van het geheel en ook anderszins bestaat tussen elk van hen persoonlijk en het samenwerkingsverband een lotsverbondenheid (ontbinding van de vennootschap bij dood en faillissement, geen vrije toe- en uittreding etc). Het zijn vooral deze aspecten die de vof het karakter geven van een personen associatie. De rechtsvorm van de vof neemt daarmee een plaats in die ligt ergens tussen een contractuele relatie aangegaan door individuen die elk een bedrijf uitoefenen en de geïntegreerde ondernemingsstructuur zoals wij die kennen binnen het kader van de kapitaalvennootschap, aldus Meijers.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac, en de alinea staat in dat document op bytes 59808 tot 61002.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac | shasum -a 256