Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Onder 2.35 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:189.
Zoals bij de bespreking van de rechtspraak ook reeds bleek (hiervoor onder 2.24 en 2.25), bepleit Blanco Fernández de aanvaarding van de vof als rechtssubject. Het zou volgens hem een consistente ontwikkeling van de leer van het afgescheiden vermogen zijn om de eigen rechtssubjectiviteit van de drager van dat vermogen te aanvaarden. Een personenvennootschap kan naar zijn mening rechtssubject zijn zonder tevens rechtspersoon te zijn. Het vermogen van de vennootschap kan worden gezien als een vorm van collectieve gerechtigdheid van de vennoten die, met erkenning van de eigen rechtssubjectiviteit van de door de vennoten gevormde collectiviteit, het midden houdt tussen de rechtspersoon van Boek 2 en de gemeenschap van Boek 3. Het is een sui generis vorm van persoonlijkheid en van gerechtigdheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac, en de alinea staat in dat document op bytes 64006 tot 64950.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac | shasum -a 256