Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Onder 2.35 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:189.

Volgens Duinkerke moet de Hoge Raad met de thans gestelde prejudiciële vragen de kans aangrijpen om onduidelijkheid weg te nemen door de rechtssubjectiviteit van de vof te erkennen. Een logisch gevolg daarvan is dat de vof steeds meer de karaktertrekken krijgt van een rechtspersoon en een nieuwe ‘categorie’ rechtssubjecten zal vormen naast natuurlijke en rechtspersonen. De vof wordt dan drager van eigen rechten en verplichtingen en zal bij het handelen door een of meer vennoten namens de vof in contractueel opzicht ook zelf worden gebonden. Deze uitbreiding ten aanzien van het handelen namens en met de vof zal de rechtszekerheid volgens Duinkerke ten goede komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac, en de alinea staat in dat document op bytes 64960 tot 65715.