Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Onder 2.36 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:189.

Tenslotte wordt ook verdedigd dat de vof naar geldend recht (wel) rechtspersoonlijkheid heeft. Zoals hiervoor (onder 2.24) al aan de orde kwam, betoogt Raaijmakers (onder verwijzing naar andere auteurs) dat de openbare vennootschap rechtens is aan te merken als zelfstandige drager van rechten en plichten, en dat zij als zodanig rechts subject en daarmee – naar zijn oordeel – rechts persoon is. Raaijmakers ziet niet in welk probleem de Hoge Raad wil oplossen, welk gevaar hij het hoofd wil bieden en welke inhoud hij het begrip rechtspersoonlijkheid wil toekennen als hij uitdrukkelijk overweegt dat de vof geen rechtspersoonlijkheid geniet, maar daar in een adem aan toevoegt dat zij wel als ‘afzonderlijk rechtssubject’ zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen. Enig gevaar dat de aanduiding ‘rechtspersoon’ de algemene bepalingen van Boek 2 BW toepasselijk maakt is er volgens hem niet. Als dat gevaar voor de Hoge Raad reden mocht zijn de aanduiding ‘rechtspersoon’ te vermijden, dan zou hij zelf met zoveel woorden kunnen verduidelijken dat erkenning van de openbare vennootschap als rechtspersoon haar niet tot ‘Boek 2-rechtspersoon’ maakt en de algemene bepalingen en regelingen van Boek 2 BW op haar niet van toepassing zijn, aldus Raaijmakers.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac, en de alinea staat in dat document op bytes 65815 tot 67341.