Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Onder 2.39 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:189.
Op grond van artikel 17 WvK is iedere vennoot in beginsel bevoegd namens de vof te handelen. Het is algemeen aanvaard dat, gegeven dat de vof geen rechtspersoonlijkheid heeft, het contracteren door een vennoot namens de vof er rechtens slechts toe kan leiden dat de handelende vennoot de gezamenlijke vennoten bindt. Hier geldt het immers het adagium: ‘de vof – dat zijn de gezamenlijke vennoten’. Rechten en plichten uit hoofde van een tussen de personenvennootschap en een derde gesloten overeenkomst moeten aan dit collectief worden toegerekend. Er is derhalve sprake van een tweepartijenovereenkomst waarbij de vennoten tegenover de wederpartij gezamenlijk partij zijn, en wel in hun hoedanigheid van vennoot.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac, en de alinea staat in dat document op bytes 70217 tot 71211.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac | shasum -a 256