Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Onder 2.52 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:189.

Inmiddels lijkt deze benadering – waarbij vanuit de noodzakelijke belichaming van de vof in de vennoten wordt gekomen tot inhoudelijke verbondenheid van de vennoten naast elkaar en verhaal op hun privévermogen, aangevuld met (exclusief) verhaal op het vennootschapsvermogen – blijkens rechtspraak en literatuur plaats te hebben gemaakt voor een diametraal andere benadering. Daarin wordt het afgescheiden vermogen van de vof tot vertrekpunt genomen en aangegrepen als basis voor (i) het bestaan van twee samenlopende vorderingen van de vennootschapscrediteur op ieder der vennoten, elk met een eigen verhaalsobject, en (ii) (hoofdelijke) verbondenheid van de vennoten naast verbondenheid van de vof zelf, waarbij bovendien (iii) de verbondenheid van de vennoten een zeker subsidiair karakter lijkt te worden toegekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac, en de alinea staat in dat document op bytes 78983 tot 79953.