Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Onder 2.54 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:189.
Zo betoogt Tervoort dat een vennootschapscrediteur op grond van artikel 6:7 lid 1 BW te zijner keuze van de vof en/of van ieder van de vennoten de volledige prestatie kan vorderen, in dier voege dat ingevolge artikel 6:7 lid 2 BW nakoming door één der hoofdelijk verbonden partijen, ‘ bijvoorbeeld de vof ’, ook de andere hoofdelijk verbonden partij bevrijdt. Zie ik het goed, dan wordt deze (hoofdelijke) verbondenheid van de vof en de vennoten naast elkaar gebaseerd op de rechtspraak van uw Raad volgens welke de vennootschapscrediteur beschikt over twee samenlopende vorderingsrechten jegens ieder der vennoten, een tegen de gezamenlijke vennoten/de vof en een tegen de vennoot persoonlijk (waarover hiervoor onder 2.13).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac, en de alinea staat in dat document op bytes 82403 tot 83247.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac | shasum -a 256