Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Onder 1.4 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:189.
De Bewindvoerder heeft in beide zaken verweer gevoerd. Zij stelt zich op het standpunt dat (alleen) de vof moet worden aangemerkt als werkgever/contractspartij. Dat de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende plichten ook op de vennoten rusten, is uitsluitend een gevolg van artikel 18 WvK. Een op die bepaling gebaseerde vordering is niet bevoorrecht, laat staan een boedelvordering, aldus de Bewindvoerder. Voor het geval de rechtbank (desalniettemin) mocht besluiten om prejudiciële vragen te stellen, heeft zij daartoe een aantal vragen voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac, en de alinea staat in dat document op bytes 14413 tot 14982.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac | shasum -a 256