Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:189.

In het algemeen geldt dat een werknemer ter zake van achterstallig loon over de periode tót de faillietverklaring van zijn werkgever een algemeen preferente loonvordering op die werkgever heeft (art. 3:288 aanhef en sub e BW). Ter zake van premies sociale verzekeringen heeft de ontvanger een algemeen preferente vordering op de werkgever (art. 21 InvW). Deze algemeen preferente vorderingen kunnen in het faillissement van de werkgever ter verificatie worden ingediend. Over de periode ná de faillietverklaring zijn het loon en de met de arbeidsovereenkomst samenhangende premieschulden echter (preferente) boedelschuld (art. 40 lid 2 Fw).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac, en de alinea staat in dat document op bytes 20278 tot 20998.