Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:189.

Wanneer UWV, na faillietverklaring van de werkgever, op grond van de loongarantieregeling (art. 61-68 WW) het door de werkgever verschuldigde (netto) loon aan de werknemer voldoet, wordt het gesubrogeerd in de preferente faillissementsvordering en in de boedelvordering van de werknemer op de werkgever (art. 66 lid 1 WW). Wanneer UWV de over dat loon verschuldigde premies sociale verzekeringen aan de ontvanger afdraagt, verkrijgt het ter zake een verhaalsrecht op de werkgever (art. 66 lid 2 WW). De desbetreffende vordering is algemeen preferent (art. 66 lid 3 WW ). Voor de WW kwalificeert de vof als werkgever (art. 9 jo. art. 1 sub e WW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac, en de alinea staat in dat document op bytes 21077 tot 21798.