Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:189.

In deze procedure gaat het om de vraag of genoemde algemeen preferente vorderingen (ex art. 3:288 aanhef en sub e BW en art. 66 lid 3 WW) en boedelvorderingen (art. 40 Fw) zoals die door UWV kunnen worden geldend gemaakt in het faillissement van een werkgever, ook als zodanig kwalificeren indien die werkgever een vof is en UWV de vorderingen geldend wil maken in de schuldsaneringsregelingen van de vennoten van die vof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac, en de alinea staat in dat document op bytes 21877 tot 22313.