Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:189.

Aan het bestaan van het afgescheiden vermogen wordt in de rechtspraak van uw Raad het gevolg verbonden dat een vennootschapscrediteur jegens ieder der vennoten twee samenlopende vorderingsrechten heeft: één jegens de gezamenlijke vennoten (ook wel: jegens de vof ), dat verhaalbaar is op het vermogen van de vof, en één jegens de vennoot persoonlijk, dat verhaalbaar is op het vermogen van deze vennoot. In een zaak betreffende de vraag of een veroordelend vonnis tegen de vof kan worden ten uitvoer gelegd op het privévermogen van de vennoten, formuleerde uw Raad dit in 1959 als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea95ffbb9fb71d09ed94476bc99d940aa5d3579f9cd9aa20abbd4f3cae79ccac, en de alinea staat in dat document op bytes 28615 tot 29283.