Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Onder 2.49 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:192.

In de redenering van het hof is voor de aanvang van de verjaringstermijn het hiervoor genoemde materiële verwijt (de onjuistheid van de uitlating van [betrokkene 1] in de publicatie van [verweerder] ) mede bepalend. In de redenering van het hof had [verweerder] ten tijde van de Rotterdamse procedure (die procedure liep van april 2004 tot 14 december 2005 in eerste aanleg en daarna tot 23 juni 2009 in hoger beroep) nog niet voldoende zekerheid verkregen omtrent het relevante feit: was de stellige ontkenning door [eiser] van het telefoongesprek met [betrokkene 1] nu wel of niet tegen beter weten in?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac, en de alinea staat in dat document op bytes 71393 tot 72012.