Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019
Onder 2.57 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:192.
De klachten onder 2.5 - 2.7 zijn gericht tegen een overweging ten overvloede die de beslissing van het hof niet draagt. Om die reden kunnen zij onbesproken blijven. Voor het geval dat de Hoge Raad aan deze klachten toekomt, merk ik hierover het volgende op. Onderdeel 2.5 is gericht tegen overweging 6.32, waarin het hof [eiser] beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar heeft geacht. Het hof verwijst naar de billijkheidsmaatstaf. Volgens het middelonderdeel geeft dit oordeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting, in zoverre het hof miskent dat de toetsing aan de redelijkheid en billijkheid reeds is verdisconteerd in de bepaling van het aanvangsmoment van de korte, subjectieve verjaringstermijn . Nu het criterium voor bepaling van de aanvangstermijn van de vijfjarige verjaringstermijn mede of wellicht zelfs hoofdzakelijk in het teken staat van de billijkheid, is er geen plaats voor een tweede billijkheidscorrectie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac, en de alinea staat in dat document op bytes 80362 tot 81444.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac | shasum -a 256