Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Onder 2.63 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:192.

Onderdeel 2.8 gaat over een ander onderwerp. Het is gericht tegen overweging 6.33, waarin het hof (voor het geval dat [eiser] niet slaagt in het leveren van tegenbewijs) het verweer van [eiser] verwerpt dat [verweerder] geen schade heeft geleden. Volgens de klacht is dit oordeel onbegrijpelijk voor zover het is gebaseerd op de veronderstelling dat [eiser] in strijd met de waarheid het telefonische contact met [betrokkene 1] heeft ontkend. Die veronderstelling rust op een onbegrijpelijke bewijswaardering, zoals [eiser] heeft uiteengezet in onderdeel 1.9 van het cassatiemiddel. Bovendien zou het hof ten onrechte voorbij zijn gegaan aan het verweer dat [verweerder] als gevolg van het hem gemaakte verwijt van het niet toepassen van ‘wederhoor’ geen schade kan hebben geleden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac, en de alinea staat in dat document op bytes 85534 tot 86380.