Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Onder 1.1.9. Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:192.

In hoger beroep (in het geding tussen [eiser] en [betrokkene 1] ) heeft het gerechtshof te ’s-Gravenhage bij arrest van 23 juni 2009 (ECLI:NL:GHSGR:2009:BI9309), voorshands bewezen geacht dat [eiser] voorafgaand aan het pleidooi op 8 december 1994 een telefoongesprek met [betrokkene 1] heeft gevoerd, behoudens door [eiser] te leveren tegenbewijs. Na dit oordeel van het hof zijn [eiser] en [betrokkene 1] met elkaar in overleg getreden. De appelprocedure tussen [eiser] en [betrokkene 1] is op 18 augustus 2009 geroyeerd op hun verzoek. Daarna is [eiser] vervroegd teruggetreden uit zijn functie als vice-president.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac, en de alinea staat in dat document op bytes 11423 tot 12055.