Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:192.

Een bevoegdheid kan worden misbruikt. Voor het vaststellen van misbruik van bevoegdheid wordt dikwijls aansluiting gezocht bij de omschrijving van het begrip ‘misbruik’ in art. 3:13 BW, zo nodig in verbinding met art. 3:15 BW. Toegespitst op misbruik van de bevoegdheid tot het instellen van een procedure bij de burgerlijke rechter, heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat misbruik van procesrecht aan de orde is indien het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan sprake zijn indien de eiser zijn vordering baseert (i) op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of (ii) op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM . In overweging 6.18 van het bestreden arrest van 16 januari 2018 heeft het hof deze maatstaf tot uitgangspunt genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac, en de alinea staat in dat document op bytes 18664 tot 19919.