Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:192.

Deze klacht faalt. In grief 5 (MvG punt 28) heeft [verweerder] inderdaad bezwaar gemaakt tegen de gevolgtrekking in overweging 4.6 Rb, dat de primaire grondslag van [verweerder] vordering in het midden kon blijven, maar óók bezwaar gemaakt tegen de grond waarop dat oordeel berustte, namelijk dat partijen het hierover eens zouden zijn. Uit de memorie van grieven (met name onder 24 – 26) volgt dat [verweerder] het oneens was met die gevolgtrekking en dat [verweerder] de primaire grondslag van zijn vordering wilde handhaven. De reactie van [eiser] op deze grief in de memorie van antwoord (onder 3.20) richtte zich voornamelijk op een – hierna nog te bespreken – opmerking van [verweerder] advocaat ter comparitie in eerste aanleg. Dat was nu juist een van de punten waarop de bezwaren van [verweerder] in de memorie van grieven zich richtten (zie in het bijzonder punt 25 MvG). Het hof heeft hieruit kunnen opmaken dat [eiser] de grieven heeft begrepen zoals [verweerder] deze bedoelde. Onderdeel 1.1 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac, en de alinea staat in dat document op bytes 27203 tot 28299.