Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:192.

Onderdeel 1.3 voegt hieraan toe de klacht dat het hof niet is ingegaan op [eiser] stelling dat [verweerder] geen grief heeft gericht tegen overweging 4.8. Rb. Daar overwoog de rechtbank dat niet zozeer de stelling “ik heb niet met advocaten gebeld” de grondslag vormde van de vordering van [eiser] tegen [verweerder] (in de Rotterdamse procedure), maar de stelling dat [betrokkene 1] in het interview de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van [eiser] in twijfel trok en [verweerder] daarom ‘wederhoor’ had moeten toepassen alvorens die uitlating te publiceren. Volgens [eiser] draagt dit oordeel zelfstandig de afwijzing van (de primaire grondslag van) de vordering van [verweerder] . Het middelonderdeel wijst in dit verband op de onderbouwing die de rechtbank (in overweging 4.7 Rb) aan dit oordeel had gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac, en de alinea staat in dat document op bytes 29424 tot 30308.