Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:192.

De steller van het middel legt de vinger op een zere plek: logisch beschouwd was het voor [eiser] niet nodig om aan zijn vordering in de Rotterdamse procedure een materieel verwijt (te weten: de ontkenning door [eiser] van de feitelijke juistheid van de bewering van [betrokkene 1] in het interview) ten grondslag te leggen. Ter onderbouwing van zijn vordering tegen [verweerder] had [eiser] kunnen volstaan met de eenvoudige stelling dat [verweerder] , vanwege het voor [eiser] belastende karakter van de uitlating van [betrokkene 1] , hoe dan ook ‘wederhoor’ had behoren toe te passen jegens [eiser] . Een beoordeling van dit verwijt van formele aard zou dan niet afhankelijk zijn geweest van het antwoord op de vraag of de uitlating van [betrokkene 1] (over het telefoongesprek met [eiser] , voorafgaand aan het pleidooi in de Chipshol-zaak) feitelijk juist of onjuist was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68d46d7b5ad85bda688ec1daadcd37ab6c15c3c745b159e8f88bd9b68990bac, en de alinea staat in dat document op bytes 38757 tot 39686.